Ik heb de ganse dag getracht de droom te schilderen die je me gisteren vertelde, maar het wou niet lukken. Ik wou dat je me al je dromen vertelde, ik zou er tenslotte wel een weten te bewaren en die zou ik aan de muur naast me hangen, zodat ik meer ruimte heb om in te leven.
Fernand Auwera – Ik wou dat ik een marathonloper was
Na een spannende Gedichtendag werd het gisterenavond bekend gemaakt: Frouke Arns heeft de Meander Dichtersprijs 2010 gewonnen. Zij kreeg 26% van de stemmen van de lezers van Meander. Ikzelf eindigde op de tweede plaats met 21% van de stemmen. Carl de Strycker kreeg 17% van de stemmen en werd derde.
Van harte proficiat aan Frouke, die ook mijn favoriete kandidate was. Maar, en vooral, ook bedankt aan al die bekende én naamloze, onzichtbare gezichten die op mij stemden. Ook al ken ik jullie niet allemaal, jullie stem ontroert en steekt een hart onder de riem. Zolang jullie blijven lezen, blijf ik schrijven. (En anders ook.)
I often used to think of us as a pair
of collocational terms, glued together
though functioning perfectly apart.
Now I’m hesitating.
After we had been making love
all day & night, I realized we might
be slightly more compact than that.
Not phrases or loose words, but a single
unit of meaning, nowadays
it’s more of compounds that I think.
Volgende week donderdag is het Gedichtendag, en zoals steeds worden in Vlaanderen en Nederland allerlei activiteiten georganiseerd om poëzie centraal te stellen, zowel op de dag zelf als in de aanloop en nasleep ervan. Hier vind je een overzicht van wat zoal op het programma staat. Ook op die dag viert Meander zijn 15-jarig bestaan in de Schouwburg te Leuven, met de voorstelling van de kersverse bloemlezing Nog een Lente (Uitgeverij P). Het boek brengt verzameld nieuw werk van 30 dichters die eerder in Meander publiceerden, waaronder schoon volk als Jan Aelberts (Balein), Anna de Bruyckere, Lies Van Gasse, Maarten Inghels en Bo Vanluchene. Ook van mezelf werden 4 gedichten opgenomen. Mijn eerste publicatie in een echt boek dus, het moet nog even wennen. Vanaf 28 januari is de bundel beschikbaar of bestelbaar in elke boekhandel in Vlaanderen en Nederland.
Het programma voor de voorstelling in Leuven vind je hier. Op 11 februari wordt de bundel ook voorgesteld in Amsterdam, daarvoor vind je hier alle nodige informatie.
Het nieuwe decennium werd mooi ingezet, naar aanleiding van mijn publicatie en bijhorend interview in Meander vorig jaar werd ik door een jury genomineerd voor de Meander Dichtersprijs 2010. Wie zich (vóór morgen) inschrijft op de nieuwsbrief ontvangt morgen een e-mail met een link om te gaan stemmen. En dat mag natuurlijk op mij zijn, laten we daar niet flauw over doen, maar vergeet niet ook de andere 5 kandidaten te lezen en te stemmen naar eigen goeddunken!
Warme zwaai vanuit Rome!
Met een zucht gaat de stad liggen onder het goudrode bladerbed
beschut tegen regen, klaar voor winterslaap. De snerpende wind
snijdt het zoveelste seizoen uit de kalender, wat nu komt is min
of meer hetzelfde als een jaar geleden, maar dan verder, waar
alles anders is
Alleen weet ze nog niet zeker hoe
maar angst is er om te bezweren
In de nieuwe straat sluit een ruit, een krakende kier verklapt
nog net de geur van warme appelen met kaneel, vanille en
chocolademelk. Onder de gloed van de lamp hoor je mensen
lachen, met veel gebaren vertellen ze weidse verhalen, delen
ze de wereld, verbreden ze de taal.
Dit was het, denkt ze, zo moest het,
hier en nu, en niet anders of elders
Met ogen gesloten is er nog het rode vuur middenin de kille kamer,
de dekens, de reflectie van vier, vijf lichamen in de tv, het vertrouwd gezicht.
Ook zonder reuk is er nog de geur van versgebakken brood, de schotels
met smaak van veel tomaat en Provençaalse kruiden, het zondagsgebak, de muziek, het ander leven zindert nog na
’s Nachts houdt het haar wakker: hoe
dat lijf vol herinneringen binnensluiten?
Er ligt nog maar een maand afstand tussen hier (groot) en daar (klein),
toch lijkt het een eeuwigheid geleden: vanzelfsprekende taal en
gezichten, woordeloos weten, de twee bomen in de tuin die
de grootste zijn van het kleinste dorp dat we nooit echt helemaal
het onze wilden noemen.
Want wij allen wilden wortels verplanten,
we droegen het mee als huidloos geheim.
Maar nu is dus hier, en hier breekt nieuw goudbruin aan. Al is het zonder,
en los. Toch, als je goed kijkt, zie je het schilferlicht glas ademen
tussen de twee werelden, met poriën wijd genoeg om de lucht zacht in
en uit te blazen, en daar gebeurt het:
daar vangt ze de gloed die weerspiegelt en kaatst die zachtjes terug
en tegelijk verder, de nieuwe wereld in,
waar dan wellicht een nieuw seizoen begint.
foto: It Feels Like Home, Heidi Morten @flickr.com
Gisterennamiddag, op 1 november, liet in Milaan de Italiaanse dichteres Alda Merini het leven. Gek gevoel, want het was de eerste hedendaagse dichteres waar ik hier kennis mee maakte, vorige week zat ik nog met een bevriende Italiaan op de grond in de boekenwinkel poëziebundels van haar hand te doorbladeren. Een naam waar ik zeker kennis moest mee maken, luidde het. Merini bleek inderdaad één van Italië’s meest geliefde levende dichters, voor zover ze geen cultfiguur was. En nu, na 79 jaar, is ze dus niet meer, net toen ik één van haar gedichten, één van haar bekendste, al uit het hoofd begon te kennen:
“Non ho bisogno di denaro. Ho bisogno di sentimenti, di parole, di parole scelte sapientemente, di fiori detti pensieri, di rose dette presenze, di sogni che abitino gli alberi, di canzoni che facciano danzare le statue, di stelle che mormorino all’orecchio degli amanti…. Ho bisogno di poesia, questa magia che brucia la pesantezza delle parole, che risveglia le emozioni e dà colori nuovi.“
Vertaald in het Frans klinkt dat ongeveer als:
“Je n’ai pas besoin d’argent. J’ai besoin de sentiments, de mots, de mots choisis avec soin, de fleurs comme des pensées, de roses comme des présences, de rêves perchés dans les arbres, de chansons qui fassent danser les statues, d’étoiles qui murmurent à l’oreille des amants. J’ai besoin de poésie, cette magie qui allège le poids des mots, qui réveille les émotions et donne des couleurs nouvelles.”
(Ander werk van Merini werd officieel vertaald in het Frans en het Engels, maar deze vertaling komt van finestagione.blogspot.com)
Afgaand op foto’s en verhalen had ik deze flamboyante verschijning (steevast met sigaret te zien op foto’s en in fimpjes) al eerder willen leren kennen. Merini was bevriend met oa. schrijver-regisseur Pasolini en dichter Salvatore Quasimodo, won binnen Italië meerdere literaire prijzen en werd twee keer genomineerd voor de Nobelprijs. Haar herhaaldelijke zenuwinzinkingen en depressies deden haar echter voor vijftien jaar in de psychiatrie belanden (een periode waarin ze geen letter meer op papier zette), tot ze in 1970 aan een revival begon. Niettemin verlieten sporen van haar mentale kwetsbaarheid haar oeuvre nooit helemaal. “Al hoort die kwetsbaarheid van geest bij de dichter, hoeft het geen slechte zaak zijn om de donkere kant van het leven gewoon te aanvaarden“, zoals het ze hier zelf zo mooi verwoordt:
(Let ook op het begin: “Jij hebt het over de zin van het leven.. (Ja, ik probeer toch..) maar het leven heeft geen zin. Toch geeft leven je een zekere zin, telkens als wij het laten spreken. Want nog voor poëzie spreekt, spreekt het leven, en wij moeten luisteren naar wat het leven ons probeert te zeggen.“)
Merini schreef hopen liefdespoëzie, zette sommige van haar gedichten ook zelf op muziek (zoals hier, waarin ze live begeleidt op piano en meezingt: “Suona per me, solo per me, my Johnny. So che il tuo cuore non vuole parlare d’amore“, geef toe dat, hoe banaal ook, het o zo zoet klinkt). Veel van haar poëzie heeft het over de dunne grens licht/donker, zacht/hard, ook over haar ervaring van het schrijven zelf.
Maar gevoel voor humor had de taaie oma blijkbaar ook, want in 2001 poseerde ze nog voor de cover van Canto di Spine, waarin de Italiaanse band Altera de grootste Italiaanse dichters van de 20ste eeuw op muziek zetten. Het resultaat is, hmm… op z’n minst gewaagd en een goede blikvanger:
Maar haar poëzie dus: van een eenvoud en een begeestering, van een elegantie (misschien komt het door de taal) en gepassioneerdheid die maakt dat ik het o zo spijtig vind dit niet te kunnen delen met de lezers die het niet kunnen lezen in het Italiaans (al moet ik toegeven dat ook ik nog niet zonder woordenboek zou kunnen). Maar er vallen dus zeker vertalingen te vinden in het Engels en Frans, en wie weet ook op een dag in het Nederlands. Voor de afsluiter daarentegen hou ik het bij het origineel, dat hoort zo. Rust in vrede, Alda.
Spazio spazio io voglio, tanto spazio
per dolcissima muovermi ferita;
voglio spazio per cantare crescere
errare e saltare il fosso
della divina sapienza.
Spazio datemi spazio
ch’io lanci un urlo inumano,
quell’urlo di silenzio negli anni
che ho toccato con mano.
Die nacht, dat schurken, schroeien van vlees in lippen, dat barstensvol golven tegen einder, dat verruilen van ogen voor handen vederlicht, de duoschaduw langs het warme pad, dat raden, die tedere hapering,
daar leefde ze haar eigen film, daar werd ze diva, zoete vreemdeling.
Dat verhuizen, klotsend ochtendwater in buiken, lippen nog zilt, lijf gierend van smaken, het katgroen van zon in irissen, de finish van zomer, de weerwil van pril tot bitter gemis, de zwijgende muren zonder in- of uitgang,
onvergeeflijk was het, verloren was ze, zachtste onbekende.
De klontering van vonken met lippen dicht op het puntje van haar tong
het vonken van dichte lippen zonder
het dichten van lippen
tot een open einde.